Soorten arbeidsrelaties volgens Williamson

ArbeidsrelatiesHet model van Williamson brengt verschillende arbeidsrelaties inzichtelijk en hoe met de verschillende relaties dient om te worden gegaan.
Als we het hebben over een arbeidsrelatie, in klassieke zin, dan hebben we het over een relatie tussen werknemer en werkgever. Hierbij stelt de werknemer zijn tijd en competenties ter beschikking aan de werkgever in ruil voor een beloning. Tevens zijn er nog twee andere mogelijkheden binnen een arbeidsrelatie, namelijk de overeenkomst tot aanneming van werk (korte termijn) en de overeenkomst voor het verlenen van diensten (lange termijn). Het draait hier om uitbesteding van werk.

Het model  van Williamson onderscheid een viertal kwadranten. Op de horizontale as staat aan de ene zijde dat de gewenste output volledig duidelijk is, en aan de andere zijde de gewenste output vaag is. Op de verticale as staat aan de ene zijde dat vaardigheden bedrijfsspecifiek zijn  en aan de andere zijde dat de benodigde vaardigheden algemeen zijn. Onderstaand een beknopt overzicht wat hiermee wordt bedoeld.

  • De gewenste output  dat volledig duidelijk is betekent dat het resultaat van de werkzaamheden vooraf duidelijk is.
  • Gewenste output is vaag betekent dat de het resultaat van de werkzaamheden vooraf nog niet duidelijk is.
  • Vaardigheden zijn bedrijfsspecifiek betekent dat de werkzaamheden bedrijfseigen kennis en vaardigheden vereisen. Dit betekent dat een nieuwe werknemer altijd ingewerkt of bijgeschoold moet worden.
  • Vereiste vaardigheden zijn algemeen betekent dat de werkzaamheden algemeen van aard zijn en in ieder bedrijf zo worden uitgevoerd.

Op basis van het bovengenoemde ontstaan dus een viertal kwadranten. In de vier kwadranten worden een viertal arbeidsrelaties onderscheiden, namelijk clan-, bureaucratische-, spot- en professionele relatie. Deze relaties worden hieronder uiteengezet.

Spotrelatie
De Spotrelatie wordt gekenmerkt door een duidelijke gewenste output en dat de vereiste vaardigheden algemeen van aard zijn. Dit zijn relatief gezien de wat makkelijkere werkzaamheden die ook makkelijk uitbesteed kunnen worden en niet per se intern verricht moeten worden omdat er geen kennis vanuit de interne organisatie vereist is. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het werk van een receptionist. De vaardigheden die hiervoor vereist zijn komen veel voor op de arbeidsmarkt en de output is duidelijk (zoals  werkzaamheden als telefoon aannemen en mensen verwelkomen et cetera)

Bureaucratische relatie
De bureaucratische relatie wordt gekenmerkt door een duidelijke gewenst output en bedrijfsspecifieke vaardigheden. Dit betekent dat een organisatie moet investeren in een nieuwe werknemer om hem of haar bij te scholen om het gewenste competentieniveau te bereiken. Vaak gaat het hier om mensen die een specifieke machine bedienen of werken binnen bedrijfsspecifieke activiteiten. Het is duidelijk wat het resultaat moet zijn, maar de kennis omdat te doen is bedrijfsspecifiek en niet zomaar te vinden op de arbeidsmarkt.

Professionele relatie
De professionele relatie wordt gekenmerkt door een vage gewenste output en de vereiste vaardigheden zijn algemeen van aard. Bij deze werkzaamheden is het resultaat dus niet gelijk duidelijk, maar zijn de vaardigheden wel algemeen en goed te vinden op de arbeidsmarkt. Denk hierbij vooral aan kantoormedewerkers, de vaardigheden zijn algemeen en zijn breed te vinden op de arbeidsmarkt, maar wat een medewerker precies moet verrichten en welk resultaat hij of zij zal moeten behalen is vaag. Dit is allemaal afhankelijk van het type organisatie, het team waarin hij of zij te werken komt en de manier van werken accepteren.

Clanrelatie
De clanrelatie wordt gekenmerkt door bedrijfsspecifieke vaardigheden en een vage gewenste output. Het gaat hier om werkzaamheden die tot de kern van de organisatie behoren. Deze werkzaamheden kunnen alleen verricht worden door mensen die veel ervaring hebben opgedaan in de organisatie. Ook is het niet duidelijk wat er van deze mensen verwacht wordt. Het gaat dan ook vaak om management of directiefuncties. Deze medewerkers hebben veel kennis van de organisatie en hun specifieke werkzaamheden.

Literatuur
Williamson, O.E. (1975). Markets and Hierarchies. New York,  NY: Collier McMillan.