Systeemindeling van boulding

Systeemindeling van bouldingAls manager kun je bezig zijn met het werk op hoofdlijnen. Een directeur die leiding geeft hoeft niet exact te weten hoe een bepaald product of dienst tot in detail uiteindelijk leidt tot concrete uitvoer. Iemand die in een productiefabriek op de productielijn werkzaam is moet dit vaak wel weten. Die persoon hoeft op zijn beurt niet volledig te weten hoe de financiële afdeling in elkaar steekt en gerund wordt. Resumerend gesteld: afhankelijk van het niveau in de organisatie is een zekere mate van kennis nodig. Op welk niveau de kennis ligt, kan worden benoemd door middel van de systeemindeling van Boulding.

De econoom Kenneth Boulding onderscheidt 9 systeemniveaus om een organisatie als eenvoudig systeem te laten zien en daarmee problemen makkelijker te analyseren. De 9 systeemniveaus betreffen:

  1. Het raamwerk
  2. Het uurwerk
  3. De thermostaat
  4. De cel
  5. De plant
  6. Het dier
  7. De mens
  8. Het sociale systeem
  9. Het transcendentale

Het raamwerk
Op het eerste niveau gaat het om systemen die niet veranderen en waarbinnen geen processen plaatsvinden (denk bijvoorbeeld aan een landkaart of een anatomische kaart van het lichaam).  Deze ‘statische’ systemen komen tot stand door een eenmalige richting en worden/kunnen niet meer veranderd.

Het uurwerk
Dit betreffen systemen waarbinnen zich processen afspelen welke gebaseerd zijn op vooraf bepaalde noodzakelijke bewegingen (denk hierbij aan eenvoudige machines, uurwerken e.d), ofwel mechanische systemen. Waarbij constant invoer noodzakelijk is en het systeem als ietwat complexer kan worden gezien.

De thermostaat
Dit betreft het zogenaamde besturingsysteem. Als voorbeeld wordt de thermostaat aangehaald: de essentiële variabel in dit systeem is het verschil tussen de waargenomen temperatuur in een ruimte en de gewenste temperatuur. Wanneer wijziging wenselijk is (bijvoorbeeld van 18 graden naar 21 graden), dan zal de thermostaat aan de ketel doorgeven dat die moet gaan branden en derhalve bestuurt de thermostaat de centrale verwarming. Het besturingsysteem is dus complexer van aard ten opzichte van het mechanische systeem en de rol van informatie is crusiaal.

Het organisme (cel en plant)
Hierbij gaat het om, wat Boulding noemt, cellen en planten. De cellen houden zichzelf in stand door middel van constante afstemming met de omgeving. Planten ontstaan wanneer groepen van cellen zich combineren tot organen met diverse functies  en waarbij dus functieverdeling optreedt (wortels hebben andere functies dan bijvoorbeeld bladeren). De cellen en planten worden ook wel organische systemen genoemd.

Het dier
Het dier heeft een grotere bewegelijkheid t.o.v andere organismen en ze hebben dan ookspeciale organen voor de invoer voor reuk,gehoor en aftasten. Het systeem ‘dier’kan zich hierdoor als het ware een beeld van zijn omgeving vormen.

De mens
De mens is in staat om abstract te denken en te reflecteren. Ofwel kan de mens als systeem niet alleen informatie over de omgeving verzamelen, maar deze informatie ook interpreteren, vergelijken en evalueren.

Sociaal systeem
Het sociale systeem bestaat uit meer mensen die op een of andere manier met elkaar verbonden zijn. Organisaties maken hier deel van uit, omdat zij immers menselijke samenwerkingsvormen die doelgericht samenwerken en een blijvend karakter vormen. Informatie en communicatie speelt hierbij een cruciale rol.

Transcedentale systemen
Het transcedentale systeem betreft een systeem waarin vragen worden gesteld waar geen eenduidige antwoorden op te geven zijn (denk bijvoorbeeld aan filosofie en religie).

Ieder systeem bezit de kenmerken van lagere niveaus en bovendien minimaal een meer. Mechanische systemen voegen tijdsgeboden processen toe aan statische systemen. Besturingsystemen verschillen van mechanische systemen doordat ze in staat zijn informatie te verwerken. Systemen zoals eenvoudige organismen en dieren zijn complexer dan besturingssystemen als het gaat om de wijze waarop ze met informatie omgaan. Ook het systeem van de mens heeft de complexiteit van de genoemde 6 niveaus. Denk hierbij aan het skelet (niveau 1), het hart (niveau 2), de regeling van de lichaamstemperatuur (niveau 3) en de functieverdeling tussen verschillende organen van het lichaam (niveau 4,5 en 6). Net zoals dieren kunnen mensen informatie over de omgeving verzamelen. De mens verschilt echter van een dier door het vermogen informatie te interpreteren, vergelijken en te evalueren. Het niveau van de sociale systemen voegt aan voorgaande niveau de relaties tussen mensen toe. Organisaties betreffen sociale systemen (niveau 8), waarin mensen blijvende samenwerkingsrelaties ontwikkelen welke gericht zijn op een doel. Deze systemen zijn dermate complex dat de organisatiewetenschap, om organisatie te begrijpen, noodzakelijkerwijs gebruik maakt van systemen op lagere niveaus, zoals statische en besturingsystemen. De complexiteit van  echte organisaties wordt dan tot eenvoudigere systemen teruggebracht.

Geef een reactie