Scenaristmodel

Leestijd: 2 minuten

scenaristmodelDit model probeert zowel de indoctrinatieverwijten van het waardenoverdrachtsmodel als het relativismeverwijt van het verhelderingsmodel te vermijden. Het is overigens de vraag of dat in alle opzichten lukt. In het gesprek over morele problemen en hun oplossing wordt geprobeerd aan de gesprekspartner een aantal ‘possible courses of action’ voor te leggen, en daarvan de voors en tegens uit te leggen, met als enig oogmerk dat de gesprekspartner op basis van deze overwegingen een beredeneerde keuze kan maken. De verantwoordelijkheden van de beïnvloeder strekken zich uit tot en met de kwaliteit van de informatie over de ins en outs van de besproken ‘possible courses of action’, deze informatie moet neutraal en objectief zijn. Impliciet doel is dat men de ander uitnodigt en stimuleert tot stellingnames, en ook leert te kiezen en daarvoor als beïnvloeder de informatie aanlevert.

Het scenaristmodel is een elegant model als men zich als beïnvloeder buiten schot wil houden. Toch treft dit model de verwijten van zowel het overdrachtsmodel en het verhelderingsmodel in gelijke mate. Ten aanzien van de kwaliteit van de verstrekte informatie kan gezegd dat daarin een element van indoctrinatie schuilt: degene die beïnvloedt, bepaalt immers de hoedanigheid van de informatie die aan de beïnvloede wordt overdragen. Zo bestaat er vanwege onze onvermijdelijke vooringenomenheden een overdrachtsrisico wat betreft de kenweg. Ten aanzien van de uiteindelijk te maken keuze tussen de geschetste scenario’s kan van de beïnvloeder een zekere mate van vrijblijvendheid gesignaleerd worden. Kortom: indoctrinatie in de kenweg, vrijblijvendheid inzake de keuzeweg. De charme die evenwel van dit model uitgaat, betreft het benadrukken van de eigen verantwoordelijkheid van degene die beïnvloed wordt.

Het scenaristmodel kan in brede zin gebruikt worden, zowel voor versteviging als voor ontwikkeling, afhankelijk van het betreffende stadium van moreel redeneren van de persoon in kwestie. Dat betekent aan de ene kant dat het scenaristmodel stadiumafhankelijk is, dat wil zeggen bij elk stadium van morele ontwikkeling kan worden gebruikt. Het betekent aan de andere kant dat de inhoud van de aangeboden scenario’s bepaald niet stadiumonafhankelijk is. Dat is gemakkelijk te begrijpen als men zich realiseert dat morele dilemma’s zich doorgaans afspelen op de grens van twee stadia van morele ontwikkeling: het argument uit stadium n staat op gespannen voet met het argument uit stadium n+1 of n-1. Dat wil dan zeggen dat per moreel conflict de scenario’s betrekking zullen hebben de beide kanten van het stadiumspecifieke dilemma. Kortom: het scenarist model is alom bruikbaar qua methode (scenario’s aanbieden), maar stadiumspecifiek voorzover de scenario’s moeten passen bij de aard van het ter oplossing voorgelegde morele dilemma. Het scenaristmodel gaat evenwel over in een ander model, wanneer de ‘suggested courses of action’ onderwerp worden van een rationele uitwisseling van gedachten en overwegingen. De stap naar het morele argumentatiemodel is dan gemaakt. Stadium vijvers zullen overigens het aanbieden van scenario’s toch al zien als een eerste stap in een argumentatieve discussie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *