Evenredigheidsbeginsel

Niet alleen de wijze waarop de belangen worden afgewogen moet naar behoren gebeuren, maar ook het uiteindelijke resultaat van deze afweging. Hier speelt het evenredigheidsbeginsel op. Want, hoe zwaarder de belangen van de burger, hoe zwaarder de algemene belangen daartegenover moeten zijn om de burger toch in zijn belangen te raken met een rechtvaardiging. De rechter toetst terughoudend aan het evenredigheidsbeginsel. Hij mag alleen tot vernietiging overgaan indien het bestuursorgaan redelijkerwijs niet kon menen dat er sprake was van een onevenredigheid tussen het doel en de gevolgen van het onevenredig aangewende middel. Kortom, dat er geen evenredigheid mag bestaan, betekent niet dat er evenredigheid geëist wordt. Het evenredigheidsbeginsel geldt ook in het geval er beleidsregels van toepassing zijn, hoewel iets in abstracto een evenredige afweging kan lijken, kan in het concrete geval toch een hele andere uitwerking hebben. Het beginsel impliceert ook de eis van de minimale belangenaantasting. Particuliere belangen mogen niet onnodig benadeeld worden als er ook een andere oplossing mogelijk is. Een voorbeeld hiervan: een burger verzoekt om een woning aan de woningvoorraad te onttrekken omdat dit de enige mogelijkheid is zijn bedrijf uit te breiden zonder economische schade. Het belang van de burger om op een makkelijke manier zijn woning uit te breiden, weegt niet op tegen het algemene belang van het bestuursorgaan om de woning in de woningvoorraad te houden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *