Het FOETSJE-model

Het FOETSJE-model is een model die kan worden ingezet om de strategische opties, voortvloeiend uit de SWOT- en confrontatiematrix, te toetsen. Om te bezien of de opties bijdrage leveren aan de probleemstelling is eerst het noodzakelijk de opties nader te analyseren. De analyse wordt verricht aan de hand van de navolgende criteria:

  • Geschiktheid: Draagt de optie bij aan het verwezenlijken van de doelstelling?
  • Haalbaarheid: is de optie haalbaar? (de haalbaarheid wordt getoetst aan de hand van de FOETSJE-randvoorwaarden)
  • Acceptatie: is de optie acceptabel en worden de doelstellingen daarmee bereikt?

Concreet gesteld wordt via het FOETSJE-model duidelijk of de strategische opties haalbaar zijn. Dit wordt duidelijk door de opties te belichten langs invalshoeken als Financieel, Organisatorisch, Economisch, Technologisch, Sociaal, Juridisch en Ecologisch. Onderstaand een beknopte uitleg.

F: Zijn er afdoende financiële middelen beschikbaar om deze optie/plan uit te voeren?
O: Zijn de opties of is het plan organisatorisch uitvoerbaar?
E: Passen de opties of het plan binnen de economische doelstellingen van de organisatie?
T: Zijn de opties of is het plan technologisch uitvoerbaar?
S: Passen de opties of het plan binnen de sociale doelstellingen van de organisatie?
J: Zijn de opties of het plan juridisch gezien uitvoerbaar?
E: Zijn de opties of het plan ecologisch verantwoord?

Uitkomsten op basis van bovenstaande kunnen vervolgens, indien noodzakelijk, schematisch worden weergegeven alsook kan er een cijfer worden gekoppeld aan de optie. Denk hierbij aan een becijfering van 1 tot 5 (slecht uitvoerbaar – zeer goed uitvoerbaar). Op deze manier wordt duidelijk welke opties haalbaar zijn en in hoeverre ze aantrekkelijk zijn. Onderstaand een voorbeeld voor een algemene toepassing van het model.

FOETSJE-model