Het meten van duurzame inzetbaarheid

Wanneer er wordt gesproken over duurzame inzetbaarheid, dan betekent dit dat werknemers in hun arbeidsleven doorlopend over daadwerkelijk realiseerbare mogelijkheden alsmede over de voorwaarden beschikken om in huidig en toekomstig werk met behouden van gezondheid en welzijn te (blijven) functioneren.
Duurzame inzetbaarheid kan worden gemeten aan de hand van drie elementen, namelijk;

1. Vitaliteit, energiek, veerkrachtig en onvermoeibaar door kunnen werken met een fors doorzettingsvermogen. Dit kan gemeten worden door middel van een UBES-vragenlijst welke bevlogenheid, werk en studie in kaart brengt.

2. Werkvermogen, de mate waarin men fysiek, psychisch en sociaal instaat is om te werken. Dit kan gemeten worden middels de WAI-index. Laatstgenoemde betreft een werkvermogen-vragenlijst die ingaat op
(a) de lichamelijke en psychische eisen van het werk, (b), de gezondheidstoestand, (c) de psychische vitaliteit en (d) het prestatievermogen

3. Employability, het vermogen om nu en in de toekomst verschillende werkzaamheden en functie(s) adequaat te kunnen blijven vervullen, zowel in het eigen bedrijf als, indien nodig in een ander bedrijf of in een andere sector. Dit kan gemeten worden aan de hand van de LPM (LoopbaanPotentieel-Methodiek).

Deel dit artikel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *