Humanistisch perspectief op de (hedendaagse) economie en bedrijfsorganisaties

Er zijn diverse humanistische perspectieven op de economie en bedrijfsorganisaties. Overwegend kan echter wel worden gesteld dat de grondbeginselen van het humanisme, namelijk dat (1) alle wereldbeschouwingen contextueel zijn alsook door de mens zijn gecreëerd, (2) aan elk mens dient menselijke waardigheid toe te komen en als zodanig gerespecteerd te worden, (3) mensen kunnen zich ontwikkelen en moeten in staat worden gesteld zich te ontwikkelen, (4) eenieder dient als uniek en onvervangbaar individu te worden beschouwd alwaar we liefhebbend en zorgzaam mee dienen om te gaan (van de Klundert & van Boeschoten, 2017), gehanteerd worden, of anders gesteld leidraad vormen voor het (her)definiëren van de economie en bedrijfsorganisaties. Zo laat Nida-Rümelin, één van de ruim 20 theoretici uit het boek Humanism in Business welke in ruim 300 pagina’s een geheel framework daartoe uiteenzet,  allereerst zien dat er een fundamentele relatie bestaat tussen het humanisme en de economie, en dus verenigbaar zijn, daar zowel de economie als het humanisme het menselijke individu als vertrekpunt nemen, beide uitgaan van de menselijke capaciteit tot rede alsook verwerpen zij beide collectivistische en naturalistische antropologie. Nida-Rümelin claimt dat de gebreken van het utilitarisme verantwoordelijk zijn voor het demoraliseren van de economie, daarmee thans collectivistische praktijken stimulerend en dit heden ten dage destructief doorwerkt. Nida-Rümelin wijst in dit verband op drie forse manco’s van het utilitarisme, namelijk (1) het heeft geen adequaat begrip van mensenrechten en vrijheden, omdat het fundament zich slechts concentreert op het maximaliseren van de totale som van ‘geluk’ en dus afbreuk doet aan de rechten van het individu, de samenhangende waardigheid en autonomie. Het gevolg is dat de utilitaristische principes (2) het individu en integriteit in de dagelijkse praktijk beperken en schaden. En (3) samenwerking of coöperatie wordt als concept niet erkend, terwijl samenwerking juist het antwoord is om optimaal resultaat te realiseren en derhalve werkt het utilitarisme pareto-effect(en) in de hand. De utilitaristische principes bevinden zich nog altijd in de core van vele klassieke (neo-positivistische) theorieën en worden nog altijd toegepast. Dierksmeier borduurt op de perspectieven van Nida-Rümelin voort en stelt in dit verband dat men dus niet moet uitgaan van reductionistische economische theorieën, ofwel technische rationaliteit, omdat de reikwijdte en implicaties niet worden meegenomen alsook simpelweg niet overeenkomt met empirische bewijzen als het gaat om de wijze waarop keuzes worden gemaakt. Hij stelt dan ook dat het hard nodig is om economische filosofie te bedrijven door kennis uit de sociale wetenschappen bij de economische wetenschappen te betrekken en hier thans een filosofische stap aan toe te voegen. Temeer ook omdat globalisatie sterk toeneemt en hier grote (ethische) kwesties bij komen kijken. Young analyseert op grond van voorgenoemde de wereldeconomie vanuit moreel en cultureel perspectief en stelt in dit verband dat, mede op grond van analyses en inzichten van Cherry en Epstein met betrekking tot wereldbeschouwingen, dat de grondbeginselen van het humanisme recht doen aan een pluriforme wereld (inclusiviteit) en als zodanig kunnen fungeren als een wereldwijd normatief framework voor economische vrijheid en ontwikkeling. Op grond van interviews met CEO’s van top 500 organisaties, diverse vastgestelde trends over de afgelopen decennia, maar ook het generiek projecteren van de genoemde humanistische grondbeginselen op (o.a) de economie, stellen een twintigtal theoretici dat de economie geënt dient te zijn op de bevordering van de kwaliteit van het leven. Dit kan enkel wanneer er een transitie plaats vindt vanuit 3 niveaus, namelijk the systems level, the organisational level en the individual level.

Systems level betreft een algemene herbeoordeling en herontwerp van de maatschappelijke relaties tussen alle actoren teneinde het faciliteren van economische ontwikkeling die zinvol is voor de kwaliteit van het leven. Meer concreet; het systems level betekent dat er een beschaafde markteconomie dient te ontstaan welke gebaseerd is op een republikeins – liberale politieke orde die bezit over 3 kernelementen, namelijk (1) een gepaste burgerlijke deugd met samenhangende republikeinse businessethos, (2) volledige (inclusieve) ontwikkelde burgerlijke rechten met inbegrip van socio-economische precondities welke volledige vrijheid en degelijk leven als economische en ethische consequentie impliceren, en (3) de beschaafde markteconomie zelf, ofwel de vorming van een humane samenleving als onderdeel van een civiliserende staat. Hier binnen dient ontwikkeling van vrijheid centraal te staan, wat inhoudt dat vrijheid als sociale commitment gezien dient te worden. Dit betekent een proces van uitbreidende substantieve vrijheden die non-utilitaristisch doorwerken, zowel nationaal als transnationaal. Voorts dient ondernemen geënt te zijn op het leveren van een bijdrage aan de promotie en bescherming van mensenrechten door bedrijfsgedrag vanuit 3 dimensies te benaderen, namelijk (1) conformeren aan de wet- en regelgeving (‘must have’), (2) een Verlicht zelfbelang (‘ought to have’) welke gebaseerd is op wijsgerige strategische beslissingen leidende naar overstijgend corporate burgerschap en (3) bedrijfsfilantropie (‘can have’), waarbij de scheidslijn tussen good management practices en corporate responsibility excellence niet vast zijn, maar zich bevindt in de strategie van Verlicht zelfbelang. Het unificeren van sociale en financiële imperatieven is in dit verband tevens kritisch, wat inhoudt een shift van waarden welke mensen reeds zijn ondergaan en dat het amorele karakter van bedrijven steeds minder acceptatie geniet en derhalve dat bedrijven de sociale en financiële imperatieven samen voegen om blijvend succesvol te zijn. Alhoewel de shift in waarden binnen bedrijven vaak probleem- en kansgedreven zijn, blijkt dat waardevrije ideeën steeds meer worden afgewezen. Voorts blijkt dat uit tal van business cases dat zekere ethiek, waarbij menselijke waarden centraal staan, haar vruchten afwerpt in de vorm van omzet en zakelijk succes en derhalve dat hier mogelijkheden liggen.

Op organisational level gaat het hier primair om het democratiseren van bedrijven c.q organisaties en samenhangend bestuur teneinde (bedrijfs)verantwoordelijkheid en legitimiteit tot handelen te verkrijgen welke equivalent is aan de verantwoordelijkheid zoals binnen een politieke democratie. Centraal staat hierbij het vergroten van invloed van stakeholders en het democratiseren van eigendom door ownership van werknemers te incorporeren. Voorts, op het niveau van management, wordt voorgenoemde integraal voorgesteld, maar in verschillende varianten.Verder dient op dit niveau social entrepreneurship als mens gecentraliseerd en levensbevorderlijk en dus humanistisch business model te worden toegepast, daar de fundamenten van social entrepreneurship, bestaande uit marktoriëntatie, innovatie en socialiteit soelaas biedt –in tegen stellen tot conventionele business- voor nieuwe waardeproposities welke effectief dealt – en meer publiek vertrouwen genereert- met duurzaamheid en issues die verband houden met ongelijkheid. Het is de (sociale) waardecreatie die uit eindelijk kritisch is vanuit concurrentie gezien en derhalve wordt een verankerd model voor grote bedrijven waardevol geacht. Belangrijk hierbij is dus de integratie van sociale en financiële aspecten, waarbij het proces van competentieversterking door gepast gebruik te maken van middelen, zowel binnen als buiten de control, gericht op economische en sociale waardecreatie. Dit betekent in meer praktische uitwerkende zin, dat leiderschap, strategie, (organisatie)structuur en systemen in lijn met elkaar dienen te worden gebracht. Als het gaat om leiderschap betekent dit dat de sociale dimensie onderdeel uitmaakt van de bedrijfsidentiteit, een samenhangende cultuur noodzakelijk is en dat betrokkenen beschouwd moeten worden als change agents. Drie kernelementen gelden voor de strategie: een duidelijke rooilijn, gebalanceerde kerncompetenties en consistent partneren. De structuur moet volgen uit de strategie en meer concreet uitwerken in de organisatieconfiguratie en de dagelijkse operatie. Aangaande de systemen stelt men dat het proces van sociale waardecreatie consistent operationele ondersteuning nodig heeft en dat betekent dat de sociale en financiële overwegingen en alle stakeholders moet integreren in het decision making process. Dit impliceert een leergerichte omgeving en een prestatiegeoriënteerd meet- en managementsysteem zoals een Balanced Scorecard. Als laatste punt op organisational level geldt dat het scheppen van een organisatiecultuur en leiderschapsprincipes op gronde van het humanisme kritisch zijn. Dit betekent concreet het creëren van een open cultuur door de imperatieven van Kant centraal te stellen, namelijk die van autonomie en emancipatie om participatie te realiseren. Managers zijn hiertoe verantwoordelijk om dat te realiseren. Randvoorwaarde is dat managers perspectieven aannemen van medewerkers. Diversiteit in talent, (culturele) achtergrond en ideeën dienen te worden gezien als een mogelijkheid tot het ontwikkelen van nieuwe en innovatieve ideeën. Hier wordt dus de filosofie van Karl Popper (Critical Rationalism) aangehaald om het verificatiedenken en dogmatisme wat doorgaans centraal staat te verwerpen om vervolgens een organisatie humaner te maken die ook recht doet aan een open samenleving.

Op individual level is het primair van belang dat betrokkenen als change agent fungeren, ofwel de promotor van humanistische beginselen. Niet de code of conduct staat hier centraal, maar de moral conduct. En als laatste binnen deze dimensie dient wederom social entrepreneurship als ultiem doel te worden beschouwd en dat betekent dat individueel ondernemerschap hier een belangrijke rol vervult. Opgemerkt dient te worden dat hier vooral beroep wordt gedaan aan het ontwikkelen van nieuwe financiële services, gelet op de manco’s van het financieel economische systeem.


LITERATUUR

Dierksmeijer, D.(2009). A requisite journey: from business ethics to economic philosophy. In Pirson,M, Kimakowitz,E,Spitzeck,H, Amann,W, Khan.S, Nida-Rümelin. J. Humanism In Business – Towards A Paradigm Shift? [EPub], New York: Cambridge University Press

Epstein, G. (2009). Humanism and culture: balancing particularrity and universalism among the world’s religions. In Pirson,M, Kimakowitz,E,Spitzeck,H, Amann,W, Khan.S, Nida-Rümelin. J. Humanism In Business – Towards A Paradigm Shift? [EPub], New York: Cambridge University Press
 
Pirson,M, Kimakowitz,E,Spitzeck,H, Amann,W, Khan.S, Nida-Rümelin. J. (2009). Humanism In Business – Towards A Paradigm Shift? [EPub], New York: Cambridge University Press

Van der Klundert, M, Van Boeschoten, R. (2017). Organisations and Humanisation: Perspectives on Organising Humanisation and Humanising Organisations. New York: Routledge

Deel dit artikel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *