Validiteiten onderzoeksdesign

A.Interne validiteit
Is het bij dit ontwerp mogelijk om aan te tonen dat bij deze proefpersonen in deze onderzoeksomgeving, deze behandeling X invloed heeft gehad op deze O.

B.Experimentele construct validiteit
Experimenten zijn vaak sterk qua interne validiteit, echter niet altijd op exp. Construct validiteit en externe validiteit.

Definitie: Is behandeling (of verschil tussen behandelingen van groepen) een goede weergave van bedoelde exogene variabele geweest? Meet je dus wat je wilt meten?

1.Proefleidersverwachtingen:

  • Rattenexperiment
  • Pygmalion in the classroom
  • Rosenthal fotobeoordelingsexperiment
  • Self-fullfilling-prophecy
  • CDT

Rosenthal/Pygmalion effect op basis van foto beoordelingsexperiment. Conclusie is dat verwachtingen van de proefleider effect hadden op score van de respondenten. Hoe verminder je proefleidersverwachtingen?

  • Naïeve experimenter (kent hypothese niet).
  • Blinde proefleider
  • Standaardisatie
  • Canned experimenter (Bijv. instructies op video/tape)

2. Demand characteristics
Kan gedrag zijn van proefleider of de omgeving.

Voorbeelden:

  • Hawthorne effect. Fabrieksarbeiders voelden zich speciaal doordat ze onderzocht werden en gingen zo ook harder werken.
  • Novelty effect
  • Sociale wenselijkheid (gevoelige onderwerpen)
  • Evaluation apprehension. Mensen zijn gevoelig voor autoriteit (Milram).
  • Placebo effect.

Hoe is dit effect te verminderen?

1. Placebo in controlegroep / Dubbel blind experiment
2.Experiment verborgen houden voor proefpersonen (Ethiek in het geding)
3.Doel onderzoek verborgen houden.

3. Contaminatie effecten in de controlegroep

2 vormen:

  • Compensatory contamination. Kandidaten gaan mogelijk zelf op zoek naar therapie. Rivaliteit in de controlegroep kan ook een rol spelen.
  • Exaggerating contamination. Bijvoorbeeld demoralisatie vanwege verschillen in de behandeling.

C. Externe validiteit en generaliseerbaarheid.
Naar wie, waar, wat en wanneer kunnen we de resultaten generaliseren.

Dimensies volgens Dooley:

  • Andere personen / doelgroepen
  • Andere omstandigheden
  • Andere tijdstippen

In het algemeen: laat onderzoek zoveel mogelijk lijken op situaties waarnaar je wilt generaliseren (o.a. heterogeniteit).

In literatuurstudies / meta-analyses wordt geprobeerd algemene conclusies te formuleren op meerdere studies.

 

Deel dit artikel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *