Beoordelen van investeringsvoorstellen: gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit

InvesteringsbeslissingenEen investeringsproject is het totaal van investeringen in vaste en vlottende activa dat nodig is om een bepaalde investeringsbeslissing uit te voeren. Ondernemingen selecteren en beoordelen investeringsprojecten op basis van de in- en uitgaande geldstromen. Dit wordt gedaan door de ingaande geldstromen als gevolg van de investering, dus de inkomsten die extra worden gegenereerd als gevolg van de investering, en dus niet de inkomsten die al gemaakt werden voor de investering, te vergelijken met de uitgaande geldstromen van de investering. Aan de hand van deze analyse en beoordeling kan worden vastgesteld of een project aanvaardbaar is.

Bepalen netto geldontvangsten
Door de ingaande geldstromen die voortvloeien uit de investering te verminderen met de gelduitgaven als gevolg van de investering ontstaat het bedrijfsresultaat. Het investeringsbedrag wordt hierbij niet tot de gelduitgaven gerekend, omdat het hier gaat om de gelduitgaven die voortvloeien uit de investering. Bij het bepalen van de netto geldontvangsten dient echter rekening te worden gehouden met vennootschapsbelasting. Om tot de uiteindelijke netto geldontvangst te komen wordt de vennootschapsbelasting van het bedrijfsresultaat afgetrokken. Hierbij worden interestkosten buiten beschouwing gelaten, omdat deze tot de secundaire geldstromen behoren. Belangrijk gegeven is dat bij de netto geldontvangsten altijd de afschrijving van de investering weer wordt opgeteld.

Beoordeling van investeringsvoorstellen
Er zijn een aantal verschillende methoden beschikbaar om investeringsvoorstellen mee te kunnen beoordelen en derhalve om te bepalen of een investering aanvaardbaar is. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen twee groepen methoden, namelijk tussen de boekhoudkundige- en de economische methoden. Bij de boekhoudkundige wordt geen rekening gehouden met het aspect tijd. Dat houdt in dat een netto geld ontvangst van bijvoorbeeld €100 van vandaag dezelfde waarde heeft als een ontvangst over tien jaar, terwijl deze waarde substantieel kan verschillen door wisselingen in de waarde van de euro en doordat geld belegd had kunnen worden. Bovendien houdt de boekhoudkundige benadering in dat bedragen die op verschillende momenten beschikbaar komen zonder verdere bewerkingen bij elkaar mogen worden opgeteld. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen boekhoudkundige- en economische methoden om investeringen te beoordelen, deze worden hier onder opgesomd.

Boekhoudkundige methoden:
-De boekhoudkundige terugverdienperiode
-De gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit

Economische methoden:
-De economische terugverdienperiode
-De nettocontantewaardemethode (NCW-methode)

Voor de toelichting van de verschillende methoden om investeringen te beoordelen wordt er gebruik gemaakt van een fictieve project. In onderstaand tabel is beschreven hoe de netto geldontvangst berekend kan worden. Daaronder worden de gegevens van een fictief investeringsproject weergeven.

Tabel 1: berekening netto geldontvangst.

Tabel investeringsbeslissingen

 

 

 

 

 

De afschrijving van een investering wordt als kostenpost aangemerkt, maar leidt niet tot een uitgave. Dit is de waardevermindering van de investering per jaar en wordt berekend door de restwaarde van de investering af te trekken en te delen door de investeringstermijn (Investering-restwaarde)/investeringstermijn=afschrijving per jaar). De afschrijving is dan wel aftrekbaar voor de belasting, maar moet na aftrek van de belasting weer opgeteld. Wanneer de afschrijving niet weer wordt opgeteld wordt een te lage waarde aan netto geldontvangsten berekend, aangezien de afschrijving niet tot uitgave heeft geleid.

Voorbeeld fictief project:
-Investering: €200.000
– Jaarlijkse netto geldontvangsten: €80.000
– Restwaarde investering: €60.000 (dit is het bedrag waarvoor een investering, bijvoorbeeld een machine aan het eind van de investeringstermijn kan worden verkocht).
– Investeringstermijn: 4 jaar.

Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit
Onderstaand wordt de methode gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit om investeringsprojecten te  beoordelen uiteengezet.

Bij de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit (GBR) wordt de gemiddelde netto geldontvangst die het gevolg is van een investering, gedeeld door het gemiddeld geïnvesteerde vermogen. Hiervoor wordt de navolgende formule gehanteerd:

GBR= gemiddelde netto geldontvangst / gemiddeld geïnvesteerd vermogen x 100%

Om het gemiddeld geïnvesteerde vermogen te berekenen wordt ervan uitgegaan dat de vermogensbehoefte in relatie tot de aanschaf van bijvoorbeeld een duurzaam productiemiddel in gelijke bedragen daalt naar het niveau van de restwaarde. In het geval van het geschetste fictieve project loopt de vermogenswaarde van €200.000 in jaar 0 tot het bedrag van de restwaarde van €60.000 in jaar 4. Het gemiddeld geïnvesteerd vermogen wordt als volgt berekend:

Gemiddeld geïnvesteerd vermogen = €200.000 (investering) + €60.000 (restwaarde) / 2 = €130.000

De gemiddelde netto geldontvangst wordt als berekend door alle primaire gelduitgaven (inclusief investering) en primaire geldontvangsten bij elkaar op te tellen en dit totaal te delen door het aantal jaren van de investeringstermijn. Dit levert de na volgende formule op wat betreft het fictieve investeringsproject:
Gemiddelde netto geldontvangst = – €200.000 (investering) + €80.000 + €80.000 + €80.000 + €80.000 (netto geldontvangsten jaar 1 t/m 4) + €60.000 (restwaarde investering) / 4 (investeringstermijn).
= €180.000 / 4 = € 45.000
GBR = €45.000 / €130.000 x 100% = 34,62%

Gemeten over de totale levensduur van het project of investering wordt per jaar een gemiddelde rentabiliteit verwacht van 34,62% over het gemiddeld geïnvesteerd vermogen. Als de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit hoger is dan de gemiddelde kosten van het totale vermogen, dan is het project aanvaardbaar. De rentabiliteit van de investering is in dat geval hoger dan de gemiddelde kosten van het totale vermogen (dit zijn kosten wat betreft de vergoeding voor aandeelhouders, de vergoeding van vermogensverschaffers en van de vennootschapsbelasting).