Management Marketing Modellen Ondernemerschap Strategie

SFA-matrix

SFA-matrix, ook wel de Strategic Factor Analysis genoemd, is ontwikkeld door Johnsen en Scholes.
Het betreft een model dat is beschreven in hun boek “Exploring Corporate Strategy”, dat veelal wordt gebruikt in strategisch management. De SFA-matrix is een aanpassing van de oorspronkelijke EFAS (External Factor Analysis Summary) en IFAS (Internal Factor Analysis Summary) matrices die door de Harvard Business School zijn ontwikkeld. De SFA-matrix moet beschouwd worden als een strategisch hulpmiddel dat wordt gebruikt om de belangrijkste interne sterktes en zwaktes van een organisatie te evalueren in relatie tot de externe kansen en bedreigingen in de omgeving waarin de organisatie opereert. Het helpt bij het analyseren van de strategische positie van een organisatie door middel van een gestructureerde aanpak.

SFA staat voor Suitability, Feasibility en Acceptability. De SFA-matrix heeft als doel om meerdere (strategische) opties tegen elkaar af te zetten cq. af te wegen en derhalve te beoordelen. Voor elk onderdeel (S,F,A) dienen eerst de criteria vastgesteld worden waar de opties tegenover afgewogen gaan worden. Deze criteria zijn afhankelijk van de situatie en er zijn geen vastgestelde criteria die ingezet kunnen worden. Criteria zoals ‘foetsje’ zijn slechts een indicatie waar aan gedacht kan worden maar is niet volledig of uitputtend. Criteria dient derhalve bepaald te worden op grond van de situatie in kwestie. Om de opties te beoordelen wordt zoals gesteld gekeken naar de geschiktheid, haalbaarheid en aanvaardbaarheid van strategische opties. Onderstaand een beknopte toelichting op elk van deze aspecten.

1. Geschiktheid (Suitability):

•  Geschiktheid verwijst naar de vraag of een strategie in staat is om de gestelde doelen en doelstellingen te bereiken in relatie tot de externe omgeving van de organisatie.

• Bij het beoordelen van de geschiktheid van een strategie binnen de context van de SFA-matrix, worden sterke punten van de organisatie gekoppeld aan externe kansen om te bepalen of de strategie een goede pasvorm biedt (SWOT-analyse en DESTEP-analyse).

• Als een strategie geschikt is, betekent dit dat de organisatie haar sterke punten effectief kan inzetten om te profiteren van de beschikbare kansen en om eventuele bedreigingen te verminderen.

2. Haalbaarheid (Feasibility):

• Haalbaarheid houdt in of een strategie kan worden geïmplementeerd gegeven de beschikbare middelen, vaardigheden en beperkingen van de organisatie.

• Binnen de SFA-matrix wordt haalbaarheid beoordeeld door te kijken naar de interne zwakke punten van de organisatie in relatie tot de externe kansen en bedreigingen.

• Een haalbare strategie is er een waarvoor de organisatie de nodige middelen en capaciteiten heeft om deze effectief uit te voeren. Voor de haalbaarheidstoets wordt het FOETSJE-model gehanteerd.

3. Aanvaardbaarheid (Acceptability):

• Aanvaardbaarheid richt zich op de mate waarin een strategie wordt geaccepteerd door belanghebbenden, inclusief werknemers, management, investeerders en andere relevante partijen (stakeholders).

• Binnen de SFA-matrix wordt aanvaardbaarheid beoordeeld door te kijken naar de verwachte impact van de strategie op verschillende belanghebbenden en hun bereidheid om de strategie te ondersteunen.

• Een strategie kan geschikt en haalbaar zijn, maar als deze niet acceptabel is voor belangrijke belanghebbenden, kan dit leiden tot weerstand en problemen bij de uitvoering.

LITERATUUR

Johnsen, G. (2006). Exploring Corporate Strategy. Pearson Education Limited.

Deel dit artikel

Over de auteur

Redactie

Voor vragen kunt u contact opnemen met de redactie via info[at]managementplatform.nl of bel +(31)6-57912496.

Hebt u inhoudelijke vragen en/of zoekt u ondersteuning bij een organisatievraagstuk?
Neem ook dan gerust contact met ons op. Een team van adviseurs staat u voor u klaar.

Reageer op dit bericht

Klik hier om een reactie achter te laten