De rol van de trainer volgens Miles

Volgens Miles (1973) is de trainer een persoon die verantwoordelijk is dat het individu alsook groepsleden van ervaringen leren en dit bevordert. De trainer is in dit verband tevens docent. Ook is de trainer geen groepslid, echter dient de trainer wel een bepaalde band met de groep in stand te houden willen de inspanningen niet verloren gaan. De trainer oefent invloed uit middels handelingen, zodanig dat de groep zich op gemeenschappelijke doelen richt.  Miles stelt dat de voornaamste taak van een trainer bestaat uit het leren vergemakkelijken en begeleidt. In geval een groep issues ervaart, dan is het de bedoeling dat de trainer niet helpt om de issues feitelijk op te lossen, maar er voor te zorgen dat de groep hiervan iets leert. Dit betekent dus dat de trainer in een dergelijk geval op een andere wijze te werk dient te gaan dan een docent, groepslid of leider.
Kortom, de trainer kent diverse complexe rollen. Miles stelt dat een bekwame trainer iedere, onderstaande, rol dient te beheersen:

1. De trainer als plannenmaker
Hierbij staat centraal dat de trainer de groepsleden helpt bij het maken van praktische plannen voor het leren.  De trainer draagt zorg dat de voorbereidingsgroep zo zorgvuldig mogelijk de behoeften en verwachtingen van deelnemers vaststelt alsook ondersteunt bij het vaststellen van leerervaringen die aansluiten op de behoeften.

2. De trainer als gids: het creëren van groepsnormen
Hierbij staat centraal dat de taak van de trainer tevens is dat de trainer er voor blijft zorgen dat men ‘aan de gang’ blijft teneinde er voor te zorgen dat betrokkenen er zoveel mogelijk van leren.  Het gedrag van de trainer dient te bevorderen dat er groepsnormen ontstaan, inhoudende informele normen en gedragsnormen waar door betrokkenen veel waarde aan toe wordt gekend. Te denken valt aan het centraal stellen van mensen, het centraal stellen van gevoelens, ruimte bieden voor het experiment, het gezamenlijk opstellen van plannen en dergelijke.

3. De trainer als gids: specifieke gedragingen
Hierbij staat centraal, verbandhoudende met punt 2, dat de trainer tevens in staat is betrokkenen te voorzien in bepaalde functies en daar ook op toeziet. Hierbij valt te denken aan voorzien in methodische ondersteuning, leidinggeven bij het analyseren, generiek ondersteunen, de groep stimuleren, de richting controleren en zelf onderdeel van de groep blijven. Een belangrijke vaardigheid is in dit verband dan ook dat de trainer in staat zal moeten zijn om te kunnen beslissen wanneer een bepaalde functie wel, wanneer of niet noodzakelijk is. Het doel is derhalve aansturen op specifieke gedragingen, en het bevorderen van het ontstaan van voorwaarden waarbij doelmatig geleerd kan worden.

4. De trainer als evaluator
Hierbij staat centraal dat de trainer, naast alle eerder genoemde punten, ook in staat dient te zijn een bijdrage te leveren in de evaluatie en het eventueel opstellen van (nieuwe) plannen.

Literatuur
Miles, M.B. (1973). De rol van de trainer. Samsom: Alphen a/d Rijn

Deel dit artikel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *