Het ASE-model

Het ASE-model betreft een model waarmee gedrag verklaard en geanalyseerd kan worden. Het model verschaft tevens een antwoord op de vraag hoe gedrag kan worden beïnvloedt.
In het ASE-model worden twee categorieën van determinanten voor het verklaren van gedrag onderscheiden, namelijk determinanten met een direct effect op gedrag en determinanten met een indirect effect (via de determinanten met een direct effect) op gedrag. Determinanten met een direct effect op gedrag betreffen attitude, sociale invloed en eigen effectiviteit. 


Attitude
Een attitude betreft een persoonlijke houding ten opzichte van een bepaald gedrag.
Een attitude is het gevolg van een afweging van voor- en nadelen die de persoon aan het gedrag verbindt. Ofwel, hoe positief staat iemand ten opzichte van het gedrag. Die afwegingen van voor- en nadelen komen niet altijd voort uit logische redeneringen en verstandelijke overwegingen. Ze vloeien veelal ook voort uit gewoonten en irrationele overtuigingen.

Sociale invloed

Dit betreft de sociale invloed zoals ervaren door iemand op het moment dat hij/zij een beslissing neemt over een bepaald gedrag. Verschillende sociale invloeden kunnen worden gedefinieerd:

  1. Subjectieve normen: verwachtingen die in een bepaalde sociale context leven ten aanzien van bepaald gedrag en de mate waarin je geneigd bent om je hier wat van aan te trekken.
  1. Sociale steun of sociale druk: meer directe invloeden van anderen. De term sociale druk wordt gebruikt als er sprake is van een negatieve invloed op het gewenste gedrag. Wanneer anderen steun bieden bij het nieuwe gedrag of de pogingen om gedrag te veranderen, wordt dat sociale steun genoemd.

Eigen effectiviteit
Dit betreft de persoonlijke inschatting in hoeverre bepaald gedrag in principe kan worden gerealiseerd en dus als haalbaar wordt geacht. Ervaring en feedback worden beschouwd als belangrijke informatiebronnen voor het beoordelen van eigen vaardigheden.

Naast de directe factoren, zijn er ook bepaalde kenmerken die een indirect effect op gedrag hebben. Hierbij gaat het om zaken als algemene karaktereigenschappen, sociale omgeving (ouders, peergroep) en persoonlijkheidskenmerken (zelfvertrouwen, eigenwaarde).
Deze kenmerken hebben een indirecte invloed op gedrag, namelijk via attitude, sociale invloed en eigen effectiviteit.

Gedragsintentie
Alle determinanten met een direct en indirect effect tezamen bepalen iemands intentie om een bepaald gedrag uit te voeren. Meestal gaat het om een mix van invloeden, maar soms zal een bepaalde determinant meer overheersen. Een gedragsintentie hoeft niet altijd te leiden tot het voorgenomen gedrag. Er kan van alles tussenkomen (drempels) of de eigen vaardigheden kunnen ontoereikend zijn.

LITERATUUR
Damoiseaux, V., H.T. van der Molen & G.J. Kok (red.) (1998). Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering. Assen: Van Gorcum; Heerlen: Open Universiteit.

Deel dit artikel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *