MARS-model

Het MARS-model, ook wel bekend als het ‘MARS Model of Individual Behaviour’, geeft weer op welke wijze motivation (motivatie), ability (vaardigheden), role perceptions (rolperspectief) en situational factors (situationele factoren) gedrag en prestaties beïnvloeden.
Gesteld wordt dat wanneer bij één of meerdere van voorgenoemde aspecten iets niet op orde is, dat dit negatief effectueert op de prestatie(s) en welzijn van de werknemer.
Onderstaand zijn de aspecten beknopt uiteengezet.  

 

1.Motivation
Bij motivatie gaat het om de innerlijke kracht van een individu welke invloed heeft op de richting, intensiteit en vasthoudendheid van zijn/haar gedrag. De richting moet in dit verband worden opgevat als het pad dat men beloopt tijdens zijn/haar carrière. Deze route leidt tot een helder doel en is niet willekeurig van aard. De vraag waar men moeite insteekt en waar niet staat hierbij centraal. De intensiteit duidt in dit verband op de hoeveelheid moeite die men steekt in het bereiken van het doel. Vasthoudendheid betreft de lengte van de periode dat men het doelgerichte gedrag kan volhouden.

2. Ability
Bij vaardigheden gaat het om de natuurlijke talenten van een individu, gecombineerd met aangeleerde vaardigheden die ondersteunen een taak succesvol op te leveren. Competenties vormen hier een belangrijk onderdeel van. Het zijn karakteristieken van een persoon die zorgen voor een superieure uitvoering van een taak. Competenties worden beschouwd als persoonlijkheidskenmerken, zoals (zelf)kennis, waarden en  vaardigheden.
In andere literatuur worden competenties meer bezien als kenmerkende gedragingen voor een persoon, zoals adequaat om kunnen gaan met stress en servicegericht zijn.
Het is zeer belangrijk dat de competenties van een persoon aansluiten bij de taken die dienen te worden uitgevoerd. Dit verhoogt evident de productiviteit en welzijn van de werknemer.

3. Role perceptions
Bij het rolperspectief gaat het om de functieomschrijving van een baan.
Het is van cruciaal belang dat een werknemer weet wat er van hem/haar verwacht wordt.
Slechts 39% van de werknemers heeft een duidelijk beeld wat er van hen verwacht wordt. Een werknemer heeft een goed rolperspectief wanneer de werknemer weet:

1.Voor welke taken hij/zij verantwoordelijkheid draagt.
2. Duidelijk overzicht heeft over welke taken en prestaties prioriteit hebben.
3. Welke methode (gedrag of procedure) de medewerker moet gebruiken om zijn/haar taak het beste uit te voeren.

4.Situational factors
Dit betreffen de omgevingsfactoren die invloed hebben op de prestatie en taakuitvoering van de werknemer. Sommige factoren kunnen beïnvloed worden door de mensen in de organisatie, zoals budget, aantal werknemers en werktools. Andere factoren kunnen niet door de mensen in een organisatie bepaald worden: hierbij kan worden gedacht aan economische en politieke factoren.

LITERATUUR
McShane, S., Travaglione, T. (2007). Organisation Behaviour on the Pacific Rim. McGraw Hill Australia: North Ryde, NSW.

Deel dit artikel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *