Beschikkingen

Onderscheiden zich van andere besluiten door een element van individualiteit of concreetheid.
Beschikking is meestal gericht op één of een groep duidelijk bepaalde personen.

Zaakgerichte beschikking: Wanneer een beslissing geldt voor een ieder maar toeziet op een concreet object is meestal sprake van een besluit van algemene strekking. Wanneer de concreetheid van het object echter zodanig gewicht toegekend krijgt (door de rechter) kan deze beslissing toch een beschikking zijn.

Elementen
 waaruit een beschikking doorgaans bestaat:

  • De aanduiding van het orgaan dat de beschikking geeft;
  • De naam van degene(n) tot wie de beschikking is gericht;
  • De aanleiding voor de beschikking;
  • De toepasselijke wettelijke voorschriften;
  • De relevante feiten;
  • De motivering (de overwegingen die het orgaan tot de beslissing hebben geleid).
  • De beslissing (het noemen van de rechten en plichten)
  • Informatie (o.a. over bezwaar en beroep)
  • Een ondertekening van een bevoegd ambt(enaar).

Soorten beschikkingen:

  • Begunstigend = Verleent rechten of een last wordt ingetrokken.
    • Ontheffing: In beginsel verboden maar in concreet geval uitzondering.
    • Vergunning: De wetgever kiest voor regulering op maat.
  • Belastend = Legt plichten op of het weigeren van een beschikking.
  • Mengvormen van belastend en begunstigend.
    Belang van het onderscheidt is onder andere: 

    • Een belastende behoeft altijd een wettelijke basis. Een niet op een wet gebaseerde begunstigende is wel toegestaan (legaliteitsbeginsel).
    • Intrekken van een belastende is eerder toegestaan van een begunstigende.
    • Een belastende met terugwerkende kracht is bezwaarlijk een begunstigende niet.
    • Belastende moeten altijd worden gemotiveerd, wat bij een begunstigende niet altijd nodig is.
  • Vrije = De beschikking verlener heeft een zekere beslissingsvrijheid voor het wel of niet verstrekken van een beschikking.
  • Gebonden = De wet schrijft precies voor wat de beschikkingsverlener moet doen. Komt niet veel voor.
    Belang van het onderscheid is: 

    • Bij een vrije bevoegdheid dient de rechter terughoudend (marginaal) te toetsen, bij een gebonden bevoegdheid kan hij vol toetsen.
    • Voor de mogelijkheid van intrekking en de daarop toepasselijke rechtsnormen.
  • Aflopende = Werkt slechts gedurende een beperkte (korte) periode.
  • Duurzame = Werkt voor onbepaalde tijd.

Geef een reactie