Rechtsbescherming in belastingzaken

De basis van de rechtsbescherming in belastingzaken ligt in het bestuursrecht, echter wijkt het soms van het  belastingrecht en bestuursrecht af. Een belastingplichtige kan wanneer de persoon het niet eens is met een besluit van de inspecteur de navolgende stappen ondernemen:

1. In bezwaar bij de belastingdienst (art. 26 AWR geeft aan dat er beroep bij de rechtbank mogelijk is, echter brengt art. 7:1 Awb mee dat er daaraan voorafgaand bezwaar moet worden gemaakt); bezwaar kan worden ingesteld tegen alle belastingaanslagen, ook tegen voorlopige (wet IB en Vpb nemen dit terug).

2. Beroep bij de belastingrecht (art. 26 AWR); dit dient binnen zes weken te geschieden.

3. Hoger beroep bij het gerechtshof (art. 8:104 Awb jo. 27h lid 3 AWR); dit kent een schorsende werking van de uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter.

4. In cassatie bij de Hoge Raad (art. 28 AWR); beroep tegen een uitspraak van het gerechtshof of de voorzieningenrecht (lid 1), tegen uitspraken op verzet van de rechtbank (lid 2) of op gronden genoemd in art. 79 wet RO. De HR doet zelf geen onderzoek naar de feiten en er kan derhalve ook alleen beroep worden gedaan wanneer het een vormfout betreft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *